Fragmenten uit een interview met ex-Kortrijkzaan Peter Wullen voor een niet nader bepaald medium.
Peter, je laatste papieren publicatie dateert van november 2008. We zijn nu maart 2010. Waar blijven je poëtische uitspattingen?
Wat wil je daarmee zeggen?
Poëzie is de plaats in jezelf waar anderen niet bij kunnen komen. Het is er soms eenzaam en donker. Ik heb die plek verlaten.
Waar ben je nu?
Alles spande plots samen om me gelukkig te maken. Het was onontkoombaar. Ik leef waar ik wil leven. Ik ben met de vrouw waar ik bij wil zijn. Ik heb een werk dat me niet al te veel stresseert. Gedichten komen er voorlopig niet meer uit.
En de poëzie dan?
De poëzie is ok! Ik heb een omvangrijk corpus van in totaal 300 à 400 gedichten die ik in enkele jaren bijeenschreef. Dat daar op dit moment niet veel mee gebeurt, is niet erg. Een schrijver moet kunnen stoppen. Het is genoeg geweest! De rest is voor zij die na me komen. Ik heb in bijna alle literaire media gepubliceerd. Eén van mijn laatste gedichten werd overal gepubliceerd waar ik het aanbood. Wat kun je nog meer verwachten? Ik wou dat proces niet uitbuiten.
Volg je de literatuur nog?
Ja, vanop een afstand volg ik alles op de voet… Ik lees heel vreemde dingen. De mercantiele uitgeverij Lannoo heeft Boekerij Meulenhoff overgenomen. De Vlaamse pers juicht dat toe. Maar het is een Pyrrhus-overwinning. Lannoo heeft al jaren geen poëzie meer uitgegeven wegens onrendabel. Dat wordt dus een literair bloedbad.
En verder?
Wel, nog zo’n raar bericht: ik las dat Willy Tiberghien nog minstens drie jaar aanblijft als directeur van het Gentse Poëziecentrum. Dat is zeer nefast voor de Vlaamse poëzie. Het betekent dat we nog minstens 3 jaar moeten wachten op hoop, verjonging, evolutie en vernieuwing in de poëzie. De stasis is compleet.
En de jonge dichters in Vlaanderen en Nederland?
Ik lees te weinig lijden in hun poëzie. Ik zie een jong literair koppel dat op het punt staat om te trouwen en dolgelukkig met elkaar omgaat en elkaar letterlijk literair bevrucht. Dat lijdt tot een soort middelmatige Humo-poëzie die me vreemd is. Ze zouden beter ophouden en gewoon gelukkig zijn met elkaar in plaats van literatuur te willen schrijven. Het leidt toch tot niks! Geef mij maar de onmogelijke liefde tussen Paul Celan en Ingeborg Bachmann. Dat is bloed, slijm en tranen.
Zijn er ook lichtpunten?
Jazeker! Ik verheug me erop dat de hoogebejaarde Vlaamse dichter Willy Roggeman de laatste twee jaar weer volop publiceert. Hij staat terug in de belangstelling. Bij Het Balanseer kwamen in een paar jaar tijd drie nieuwe boekjes uit van Roggeman. Dat is misschien een positief neveneffect van de dood van de mediatieke Hugo Claus. Met de dood van Claus is Roggeman eindelijk uit zijn schaduw getreden. Men vindt Roggeman hermetisch en cerebraal. Zijn werk noemt men soms een ‘stenen engel’. Ik ben het daar niet mee eens. ‘Mythologica – Tien lyrische veren op gedeukte hoed’ uit ‘De gedichten 1953-2002’ vind ik een zeer ontroerende, gevoelige en geraffineerde gedichtenreeks. Hij is de allergrootste. Veel groter dan Claus. Dat zal nog blijken.
Wat lees je nu?
Ik lees Peter Sloterdijk over E.M. Cioran in het nawoord van “Cafard”, de prachtige audiouitgave van Supposé met foto’s, interviews en persoonlijke documenten van de Roemeense doctor desperationis. “Er ist nach Kierkegaard der einzige Denker von Rang, der die Einsicht unwiderruflich gemacht hat, dass keiner nach sicheren Methoden verzweiflen kann.”
Related Articles
No user responded in this post
Leave A Reply
Please Note: Comment moderation maybe active so there is no need to resubmit your comments