“Bij Chantal is ‘t alle dagen bal.”
en dat al achttien jaar lang. Trapkes-op op de hoek aan het oude gerechtsgebouw (het toekomstige kabinet van nachtburgemeester!). Chantal, in de volksmond d…, staat heel vaak garant voor een heerlijke discoavond waar Patrick Juvet, Patrick Hernandez en Barry White niet op ontbreken. Zo ook op de avond van de inwijding. De foorkramers zijn naar K-stad afgezakt om er hun standplaatsen toegewezen te krijgen en traditiegetrouw zakken er dan een grote groep af naar “‘t Paleitje” om dat te vieren. Helaas, overdreven alcoholcontroles doen hun werk, en dus vertrekt het grootste deel al na twee pinten die ze toch maar half uit drinken. Een van de blijvers, Karl-Heinz de olijke Duitser, heeft zijn caravan meegebracht achter zijn dikke Mercedes en voelt zich uitermate gesterkt om nog wat flink door te drinken. Uiteraard, zoals het echte foorkramers betaamt, moet iedereen delen in de brokken. Ik sta vlak naast hem en krijg een flinke por in mijn zij van zijn elleboog: “Hahaa…, bei Chantal gibst es jeden tag bal!” brult hij, en zwelgt zijn Bockorke naar binnen. Hij heeft de vreemde gewoonte om zijn glas horizontaal te leggen als het leeg is. Ik beaam en geef er hem een terug, zowel een por als een Bockor. “Wunderbar! Noch nie viele mitgemacht!” zegt hij in zijn beste Vlaams met een flink Duits accent, en dus krijg ik er twee voor mijn neus geschoven. “Austrinken! Schnell!” zegt hij, terwijl hij zijn eigen twee Bockors naar binnen zwelgt en zijn glazen plat legt. “Niet met mij!” denk ik bij mezelf en drink door op mijn eigen tempo, onderwijl hem nog twee Bockors toeschuivend. Ik heb zelf lang genoeg café gehouden in het midden van het kermisgedruis en dus ken ik de truken van de foor. “Wunderbar!”. Hij vertelt me over zijn foorkramersleven en over zijn wedervaren op Duitse, Belgische, Nederlandse en Franse kermissen. “Immer probleme!” weet hij mij te vertellen. Toch zag hij het zitten om nog een nieuwe attraktie te kopen en K-stad krijgt de première, al wil hij me nog steeds niet vertellen over welk een het gaat. “Abwachten!” zegt hij, “Komm, trinken wir nog eine!” en dus krijg ik nog twee Bockors toegeschoven. Ondertussen wordt Patsy losgelaten, de racistische hond (zo’n lange worst op veel te korte pootjes) van Chantal, en doet zijn dagelijkse rondjes in het café. “Ein hundchen!” stamelt hij, terwijl hij zijn Bockorke net niet in zijn oor giet. En laat nu net een neger binnen komen met spullen te koop. Patsy, de racistische hond van Chantal, is in alle staten en blaft wild om zich heen. “Gemeine hund!” zegt Karl-Heinz, en schuift er nog twee bij. Het begint laat te worden en hij begint al flink te lallen en te zwijmelen maar aan opgeven wil hij niet denken, “Neinein, immer gerade aus!”. Chantal is in haar nopjes en zet er nog een bij. “De laatste is van mij!” zegt ze met een typische cafébazinnenhouding. Dát is nou net wat van cafébazinnen mijn favoriete soort vrouwen maakt. “Wunderbar!”. Karl-Heinz en ik worden vriendelijk uitgewuifd. Het is nog lang geen dag en dus nog te vroeg om huiswaarts te gaan. Zou Kassie met zijn veel te klein terrasje nog open zijn? Ja hoor, en ze dronken nog lang en gelukkig. Karl-Heinz heeft nog een fles schnaps en twee opgemaakte bedden in zijn caravan en nodigt mij uit voor een schlafmütsken. Wie ben ik om daar aan te weerstaan? Ik word wakker en Karl-Heinz, de olijke Duitser, ligt nog te knorren als een zwijntje. De fles schnaps en de glaasjes liggen horizontaal. Ik verlaat zijn caravan en verheug mij al op de komst van de Paasfoor, heerlijk is dat. En nu vlug op stap want er zijn nog heel wat café’s in te wijden.
K-Stadt…, wunderbar!!!
Adelbert, Künstler/Nachtburgomeister von Körtreich
Tel. + 32 (0)473 801 496
Adelberto@telenet.be
