
HorecaSol vzw in Kortrijk.
Wie ben ik ?
Mijn naam is Bogaerts. Lode Bogaerts. Broer van Wilfried. Wilfried was ooit een van de grappigste gemeenteraadsleden uit de Kortrijkse petite histoire. Zelf ben ik een ietwat vereenzaamde late vijftiger. Ken alle tweehonderd zevenenzestig Kortrijkse café’s bij naam plus naam en lapnaam van hun baas en vooral bazin. Café ‘Bloemfontijn’ is mijn stamkroeg. Ik ben een geboren en getogen blanke Zuidafrikaner met Westvlaamse roots maar sinds zo’n jaar of dertig verbannen in Kortrijk of all places. Ik heb de Kortrijkzanen iets te vertellen en iets bieden. Als would-be bruggepensioneerde zwem ik voor de rest van mijn dagen in een oceaan van vrije tijd en aldus vond ik een nieuwe horecaklub uit : de éénmansklub ‘HorecaSol’ vzw !
Eerst en vooral is HorecaSol (Sol staat voor SOL-ide samenwerking) een échte éénmansklub zonder stromannen en zonder winstgevend doel (een pure fiskale truuk) en door géén enkele overheid, ook niet door de Stad Kortrijk gesubsidieerd. Schepentje van Brouwerijen & Drankslijterijen Jean Bethune, in de volksmond ‘Le Brasseur’, wou wel maar zijn vrouw hield hem tegen. Zij wil hem minstens één avond per maand nuchter thuis zien arriveren. Ik ben dus volkomen onafhankelijk van wie of wat dan ook. En schepentje Bral is onbezoldigde ere-voorzitter.
Op mijn eentje vorm ik een gedreven onbezoldigde vrijwillige drinkebroer die het nachtelijk slempen en de drankzucht tot kunst wil verheffen en die van Kortrijk een gezelliger, charmantere, bruisende en leutige stad willen maken, zowel voor de drankzuchtigen onder de bewoners als voor de tienduizenden bezoekers van onze stad. Ik tracht ernaar dit te doen in Solide samenwerking met de plaatselijke Horeca-manitoe’s Laverge en Cie en nu ook met méér en méér andere artistieke leeglopers en gepatenteerde dronkaards uit de stad. Maar de samenwerking met de plaatselijke Horeca van de ijverzuchtige Gaston Laverge loopt niet van een leien dakje en Gaston kan het niet hebben dat er een kaper als ik op de kust verschenen is.
Wat doe ik ?
Alles wat de stad maar enigszins kan verbeteren, leutiger en aangenamer maken, dat trek ik mij persoonlijk aan. Niet alleen het uitzicht van onze stad maar ook het respect voor de mensen die er keihard voor gaan en er financieel investeren om van onze stad een leutige topstad te maken. Zij zijn mijn zorg. Ik luister naar de bazen en hun entraîneuses achter de voorgevel van elke kroeg, tent en afspanning van stand, ook van ‘t luxebordeel ’t Vliegend Peerd, van de pisnijdige Clo-Clo met de lederen grijns en zijn souteneuse Rita La Blonde van ’t Klein Parijs’, van Tine Tunnel en cocu Pepe van ‘den Boulevaar’, zowel hun hoogtes, laagtes, hun kommer en hun kwel, hun liefdessmarten en hun vreugdes als naar de pijnpunten met hun belastingskontroleurkes en gezondheidsinspekteurkes. Daarom ben ik ook dag en nacht te zien in het Kortrijks straatbeeld. Ik observeer, registreer, manipuleer, kontroleer, ambeteer en waar het écht fout gaat geef ik de grieven door aan de Hans Masselis die alle cafébazen van Kortrijk vertegenwoordigt in de gemeenteraad en aan een Eric kabouter FLOp die een nieuwe wind probeert te doen waaien in de lokale nachtbars door uit te roepen ‘Interdit aux Nord-Africains’ en dat de entraîneuses voortaan door de stad betoelaagd moeten worden waarbij ik hoop dat Masselis en FLOp doen waarvoor ze verkozen werden. Masselis liet in de Crisco alreeds een spiksplinternieuwe gynaekologische stoel plaatsen op kosten van de stad. Bravo ! Ik ijver ook voor het behoud van het nog resterende groen in de binnenstad. En voor een Libel in de steenwoestijn van ’t Schouwburgplein en een nieuwe plastieken Cowboy Henk in Vandamme’s beluik van Jan Deweer. Propere straten, jeugd die gemotiveerd in de stad komt wonen (er werken en blijven) en een betere uitbating van de Leie door meer waterrecreatie en een jachthaven die naam waardig. Als Kuurne er een heeft en de boerendorpen Waregem en Roeselare en Menen en Izegem en Kachtem, waarom in ’s hemelsnaam dan Kortrijk niet ? En een golfterrein met nachtklub. En een naaktstrand op Buda Beach ! En waarom niet het Papenstraatje reserveren voor de Herenliefde ! Ik sta ook voor totale belastingsvrijdom in de Kortrijkse drankgelegenheden die het economisch en toeristisch belangrijk maken. Verder is een betere aanduiding van onze historische Buda-Kunsteneilandsite een must, Kortrijk is een heuse Kunstenstad en een doorgedreven beleid om onze ontelbare historische gebouwen constant open te stellen voor de bezoekers aan Kortijk. Hierbij denk ik aan de Broeltorens, de toren en de obscure camera van de Sint-Maartenskerk, Deken Marc Ghesquière, de crypte bij de Grote Markt, de versterkte burcht en landerijen van Philippe Vlerick en de manoir plus de graanvelden van Christian Dumolin en zeker ook de Middeleeuwse wijnkelder en schatkamers met onderaardse gangen naar de goudkluizen van het historisch Stadhuis onder de patriciërswoonst van Tsjefaan en Mine De Clerck en nog vele andere geheime kelders en gangen van beruchte Kortrijkse rijkaards, politiekers, grote mannen van zaken, Kortrijkse power-elites en andere slavendrijvers die onbenut blijven en ontrokken aan het oog van de Kortrijkse gewone luiden en dagjestoeristen.
Hoe en met wie doe ik het?
Ja,….goeie vraag! Met alle Kortrijkse drinkebroers en leutemakers van goede wil. Eigenlijk zonder financiële middelen. Leden en lidgeld heb ik afgeschaft. Er diende zich namelijk niet één lid aan. Ik heb wel weet van één (1) kandidaat-lid maar die werd wegens een dubieus (horeca)verleden geweigerd. Clo-Clo ! Ik vond het beter van te werken met de middelen die sponsors mij wensen toe te schuiven. Zo stel ik dat de financiële steun die ik krijg graag gegeven wordt zonder dat het als een verplichting voelt voor de donator. Ook hoeft hij /zij geen lid te zijn van mijn HorecaSol vzw. Ik hoef mij niet op te dringen. Zo trek ik dagelijks met mijn klakke op bedeltocht door de Kortrijkse waarbij ik met mijn accordeon het repertoire van Johnny Turbo zaliger zing of ‘Tineke Van Heule’. En dan smijten mededogende burgers al hun kleinere centjes in mijn klakke. Het is geen fortuin maar ik kan overleven op pure wilskracht. Gewoon, de mensen kunnen mijn werken graderen en volgens eigen dunken hun roestbruine centjes doneren. Natuurlijk dat ik voor die lieden die mij (iets beter) laten verder werken door hun steun, ook iets terug te bieden heb.
Mijn devies luidt : ‘Arm maar eerlijk !’
Auteur: Lode Bogaerts
Email: info@horecasol.be
HorecaSol vzw
Telefoon: 0496 63 90 63



